Translate

vrijdag 30 september 2016

Poef, poef, mijn zwakte is mijn troef. Coniglio alla Cacciatora



Poefpoefpoef...poef......poef poef................poef....... En stilte.

Middenin ons Italiaanse dorpje stopt de auto. Bij de bushalte. Vóór de groentewinkel.

"Probeer nog eens?"

Poefpoef...  En weer stilte.

Vier uur na publicatie van mijn blog over auto's en hoe weinig ik er mee heb, besluit de auto (Lancia, voor hen die dat wat uitmaakt) er mee te stoppen. Voorgoed.

Gelukkig heb ik een oplossing. "Weet je? We hálen de pizza's wel!" En weg ben ik, na nog wel even de verzekering gebeld te hebben.

Een uur later zitten we met een lege kartonnen pizzadoos op ons schoot en zien we de sleepwagen het dorp inrijden. En voor we het weten is de auto achterop de wagen getakeld en zitten we met drie volwassenen en twee hondjes voorin de sleepwagen op weg naar ons vakantiehuisje.

"Weet je wat ons is overkomen?!" app ik vol adrenaline aan mijn familie en vrienden als ik eindelijk veilig in ons huis ben beland en met grote teugen een glas rode wijn naar binnen klok. "De auto is weg en nu zitten we middenin de bergen ZONDER AUTO!!!"

De verontwaardiging moet te voelen zijn, zo'n 1100 km verderop in Nederland.

"Jou kennende heb je toch meer dan genoeg eten in huis" appt de eerste terug.
"Maar jij zal vast niet verhongeren" appt een tweede.
"Volgens mij hoef ik me geen zorgen te maken. Jouw vriezer zit vast vol" schrijft mijn duidelijk overbezorgde vader.

En mijn reputatie is mij ineens volslagen helder.

"Nou, nou, dat valt toch best mee!" roep ik tegen mijn reisgenoot, terwijl ik met een klotsend wijnglas de koelkast en de voorraadkast opentrek.

Ik zie een groot stuk regenboogforel, twee kilo risottorijst, vijf pakken pasta, anderhalve kilo konijn, 10 mini courgettes, drie liter olijfolie, aubergines, gedroogd eekhoorntjesbrood, witlof, een groot pak zeekraal (de Italianen noemen het zeeasperge), anderhalve kilo salami, tien blikken tonijn, cannelini-bonen, uien, knoflook, linzen, ansjovis, gorgonzola, Taleggio, Parmezaanse kaas, tomatenpuree, enkele tanks met wijn.... En meer.

En ik weet dat mijn vrienden mij beter kennen dan ik mijzelf. Hoe lang die reparatie ook duurt: we redden het wel. Hier zo op de berg. Aan het meer. In de zon. Zonder auto.

Coniglio alla Cacciatora (Konijn van de jager)


Dit recept is voldoende voor zeker 4 personen. Wij aten het met zijn tweeën met polentafrietjes (die komen volgende week op mijn blog). De volgende dag plukte ik het konijn, zodat we de saus als ragu met tagliatelle konden eten.

Let op: het pekelen voorkomt dat het konijn droog wordt. Ik was heeel aangenaam verrast door het resultaat. Doe het vooral, maar begin dan dus wel een dag van tevoren. En houd er rekening mee dat het konijn een dag later zeker twee uur moet stoven. Het is het waard!

Wat heb je nodig?

(dit had ik dus in huis zonder boodschappen te hoeven doen....)


  • 1,5 kilo konijn in stukken. Ik had wilde konijn, dat verkopen ze in Noord-Italië in stukken in de supermarkt. In Nederland zijn de konijnen wat groter. Je zou het dan bij enkele konijnenboutjes kunnen laten. En waarschijnlijk moet je hiervoor naar de poelier. 


Voor de pekel:

  • 10 jeneverbessen
  • 5 kruidnagels
  • 3 tenen knoflook 
  • 2 takken rozemarijn
  • 100 gram zout
  • 100 gram suiker
  • 400 ml kokend water
  • 400 ml koud water


Voor de saus:

  • 1 liter passata
  • 4 blaadjes verse laurier
  • 5 blaadjes salie
  • 1 tak rozemarijn
  • 1 gesnipperde ui
  • 1 handvol gehakte peterselie
  • Rasp van 1 citroen
  • 4 fijngehakte tenen knoflook
  • Halve liter rode wijn
  • 10 ansjovisjes
  • Peperoncino (pepertjes) naar smaak
  • 15 grote groene olijven
  • bloem


Hoe maak je het klaar?


  1. Maak de pekel door het kokende water over het zout en de suiker te gieten, en te wachten tot het zout en suiker is opgelost. Voeg dan de jeneverbessen, knoflook, en kruidnagel toe. Mix dit met het koude water en laat het konijn hierin 24 uur staan (in de koelkast).
  2. Dep het konijn droog, laat het op kamertemperatuur komen en bestrooi het met bloem. De pekel gooi je weg. Red alleen de knoflook. 
  3. Bak het konijn zachtjes aan in een grote pan tot het konijn lichtbruin is. 

  4. Voeg de ui, verse en gepekelde knoflook, salie, laurier en rozemarijn toe. Meng goed en laat alles zachtjes bakken. 

  5. Voeg dan de rode wijn, ansjovis, peterselie, geraspte citroen, olijven en tomatenpuree toe. 

  6. Meng goed en laat dit alles zeker twee uur zachtjes pruttelen. Voeg eventueel wat water toe als de saus te droog wordt.
  7. Check na twee uur of de konijn al lekker zacht is. Laat het eventueel nog wat doorpruttelen. 
  8. Voeg peperoncino naar smaak toe.
  9. Serveer met een lekkere groene salade en bijvoorbeeld polentafrietjes (knapperig vers brood is ook lekker!). 



vrijdag 23 september 2016

Geen Hamburger in de Croma. Spaghettini met citroen


Voor mij zijn auto's metalen bakjes op wieltjes waarmee je van A tot Z kunt rijden. Niets meer en niets minder.

Als mensen aan mij vragen "En, wat voor auto rijdt hij/zij?", dan wil het een wonder zijn als ik reageer met "blauw" of "grijs" of "zwart" en het ook echt goed heb. Want het enige wat ik zéker denk te weten, is dat de auto in ieder geval niet rood was. Maar zelfs hier ga ik vaak in de fout.

Ik pretendeer ook niet dat ik auto's herken. Een Mini en een Fiat 500 haal ik regelmatig door elkaar. En een Kever is voor mij hetzelfde als een Eend (een beest is een beest nietwaar?).

Ik vind het eerlijk gezegd al heel knap van mezelf dat ik deze namen überhaupt ken! Het doet me denken aan die keer dat ik tegen mijn moeder zei "pas op met wegrijden, er komt net een Fiat Panda aan" waarna er een enorme Jeep verscheen. Ja, things appear inderdaad een stuk smaller than they are" in je zijspiegels. Maar hé, zonder mij had niemand de gelijkenis tussen deze twee auto's ooit gezien.

Zelf heb ik geen auto en rijd ik er ook geen. Het enige dat ik weet is dat ik, mocht ik ooit een auto aanschaffen, dit in ieder geval nooit een Fiat Croma mag zijn. Want "een Hamburger in de Croma willen we natuurlijk niet" grapte mijn vader ooit.

Ik verbaas mij over mensen die wél alles over auto's weten. Die wel weten welk logo, voorwiel en paardenkracht een bepaalde Audi heeft. Die weten wat voor soort mensen er in een Ford Ka rijden. Die weten welke bumper en wieldop bij een Seat horen (de auto die ik jaren lang 'siet' heb genoemd).

Wie weet nu dit soort gekke details en onthoudt dit soort informatie????

Ineens viel het kwartje toen ik vorige week mijn blog schreef over vier soorten paprikapoeder. Of liever: drie soorten paprikapoeder en een poeder dat alleen een naam heeft dat daaraan moet denken (piment). Dit interesseerde namelijk niemand! Zelden is mijn blog zo slecht bezocht! Paprikapoeder? Mens, wie interesseert zich nou in zo'n futiliteit als paprikapoeder en de variaties van paprikapoeder?
Wie kent dit soort gekke details en onthoudt dit soort informatie???

Ja. Ik dus.

Tja.... zo zie je maar weer. Iedereen heeft zijn eigen interesses en passies. Maar om die autoliefhebber toch ook naar mijn blog te lokken, heb ik vandaag een heel bijpassend recept. Namelijk eentje van pasta met citroen (Citroën als je wilt). Waarbij het dus héél essentieel is dat je de juiste pasta neemt: dat is spaghettini. Maar dan wel van een goed merk. DaCecco bijvoorbeeld. Die dus ook wel eens de Ferrari onder de pastamerken wordt genoemd!

Heb ik nu dan wel jullie aandacht?

Spaghettini met citroen


Wat heb je nodig voor 2-3 personen?


  • 4 el. vers citroensap
  • 300 ml. slagroom
  • rasp van een citroen
  • 3-4 cm. Spaanse peper (gehakt)
  • grote knoflookteen (geperst)
  • handvol peterselie (gehakt)
  • 300 gram spaghettini (dunne spaghetti)
  • klein beetje olijfolie
  • Geraspte Parmezaanse kaas 
  • Versgemalen peper

Hoe maak je het klaar?


  1. Verwarm de rasp met de Spaanse peper en de knoflook in een pannetje met een klein beetje olijfolie. Laat het vooral niet bruin worden!
  2. Voeg de slagroom toe en verwarm de vloeistof. Voeg dan lepel voor lepel het citroensap toe. 

  3. Kook intussen de spaghettini gaar. Giet af en houd een beetje kookvocht achter de hand.
  4. Meng de pasta met de peterselie en de room, en voeg eventueel een beetje kookvocht toe als het niet smeuïg genoeg wordt.
  5. Serveer direct met wat Parmezaanse kaas en versgemalen peper. Strooi er eventueel nog een klein beetje peterselie over voor de mooiigheid. 
p.s. op de foto heb ik basilicum gebruikt in plaats van peterselie. Dat kan ook. Maar gebruik liever peterselie. Helaas was deze in mijn supermarkt uitverkocht. 


vrijdag 16 september 2016

Pimento, pimentos, pimenton. Maïs met gerookte paprikapoeder.


Een tijd lang leefde ik in de overtuiging dat ik gerookte paprika in huis had. En een tijd lang was ik van mening dat het niet zo veel voorstelde. Het was wel pittig. Dat zeker. Maar gerookt? Ik proefde het niet. Ik vond het eerlijk gezegd veel minder spannend dan ik had verwacht. En veel minder spannend dan de mooie verhalen mij hadden doen geloven.

Toen kwam ik twee mooie kleurrijke potjes tegen bij de Goei Koot, een superleuke buurtsuper op de Nobelstraat in Utrecht. In die mooie potjes zat "Pimenton de la Vera" met als ondertitel
"Smoked Paprika". Ik besloot het te kopen: zowel de zoete als de pikante versie. En dat bleek een goede aankoop te zijn. Wat een lekker spul! En wat een heerlijke rooksmaak!

Maar wat had ik dan eerst in huis gehaald? Dat bleek "Piment d'Espelette" te zijn. Ook paprikapoeder maar dan anders. En in ieder geval niet gerookt! Toen wilde ik natuurlijk ook weten wat het verschil dan was. En wat het verschil dan was met piment. Want ook dat had ik in huis.

Mijn research leverde ons het volgende op:

PAPRIKAPOEDER

Heel veel mensen hebben paprikapoeder in huis: een product dat het resultaat is van het drogen van puntvormige paprika's. Deze paprika's zijn niet te vergelijken met de paprika's die wij in Nederland in de supermarkt vinden. Ze zijn voller van smaak, mede omdat ze in warmere landen worden gekweekt met veel meer zon. Ze zijn bovendien (maar dat schijnt überhaupt zo te zijn met paprika's) familie van de Spaanse peper. 
Paprikapoeder komt vaak uit Hongarije, de V.S. of Spanje. En het verschil tussen milde en pikant paprikapoeder zit in de pitjes die wel (pikante) of niet (milde) mee worden gemalen.


PIMENT

Piment is echt heel iets anders dan paprikapoeder, Piment d'Espelette of Pimenton de la Vera. Het is een soort besje dat qua smaak iets weg heeft van peper, kaneel, kruidnagel, en nootmuskaat. Feitelijk heeft het dus niets met paprikapoeder te maken! De naam komt waarschijnlijk van de Spanjaarden die dit besje ooit ontdekten op de Caribische eilanden en vonden dat het op peper leek.
Ik gooi de piment nog wel eens in stoofvlees en marinades. En ik heb de neiging om elke keer te denken dat ik het niet in huis heb. Ik blijf het per ongeluk kopen en zo vaak gebruik ik het niet....

Piment heb je als poeder, of als hele besjes.


PIMENT D'ESPELETTE

Dit is dus het product dat ik had aangezien voor gerookte paprikapoeder. Het is echter iets heel anders! Het is een mengsel dat gemaakt wordt van pepertjes die uit een specifiek gebied in Frankrijk moeten komen. Het heeft daarom ook een AOC-kenmerk.

De pepertjes in dit mengsel zijn niet gerookt, maar gedroogd. Het resultaat is een licht pikant, droog mengsel met een zoete nasmaak dat het goed doet bij het kruiden van bijvoorbeeld kip.
Het mengsel is niet heel goedkoop. Maar eerlijk gezegd....ik was ook niet echt onder de indruk.



PIMENTON DE LA VERA

Dit spul is dus echt heel lekker, al vond een vriendin van mij het te rokerig ruiken. Ik houd daarvan! Dit paprikapoeder is dus niet te vergelijken met het gewone paprikapoeder uit de winkel. Het wordt gemaakt volgens een vastgesteld procedé, en mag alleen deze naam dragen als het uit deze regio komt. De smaak is zo bijzonder omdat de paprika's (pepers) op eikenhout worden gerookt, en dus niet alleen gedroogd worden zoals ander paprikapoeder. 
Voor de verschillende soorten pimenton worden verschillende pepers gebruikt: variërend van mild tot pikant. De smaak komt je vast heel bekend voor: dit spul zit in je chorizo en wordt ook in een authentieke paella gestopt. Ik strooi het momenteel over alles: van aardappelschijfjes, tot biefstukjes, tot.... MAIS!


De pikante variant


Maiskolven met gerookt paprikapoeder



Wat heb je nodig?


  • 2 maiskolven
  • 100 gram roomboter (kamertemperatuur)
  • Handvol koriander, fijngehakt
  • 1 teentje knoflook, fijngehakt
  • Zout
  • Gerookt paprikapoeder (zoete variant)


Hoe maak je het klaar?

  1. Maak de maiskolf schoon door de bladeren te verwijderen en de draden.
  2. Kook de maiskolven gaar in wat water. Voeg geen zout toe, dat schijnt de velletjes taai te maken. Reken op circa 30 minuten. Ik check het altijd door er in te prikken. Valt de maiskolf direct van de vork? Dan is hij gaar.
  3. Mix de overige ingrediënten met de staafmixer fijn. Houd een paar blaadjes koriander achter de hand. 

  4. Lepel wat van de kruidenboter over de mais, strooi er nog wat koriander en gerookte paprika overheen. Als je boter overhoudt, is deze ook heel lekker over een biefstukje of ander stukje vlees. 

vrijdag 9 september 2016

Geen broodje frikadel, en avocado's gevuld met tonijn.



"Wil je nog een beetje thee?" Met trillende en kromgetrokken handen schenkt ze het hete water in mijn theekopje. "Zo. Neem je er ook een stukje appelgebak bij?"
Ze schuift een bordje naar me toe met daarop een stukje bladerdeeg waar een enorme worst uitsteekt.

Hier moest ik aan denken. Het was één van de vele herinneringen die bij me opkwamen toen ik afgelopen woensdag het bericht kreeg dat mijn oma was overleden.
Want wát moesten we lachen, mijn oma en ik, toen ik aarzelend "Appelgebakje?" zei en we er achter kwamen dat zij een frikadelbroodje in haar boodschappenmandje had gestopt en aan mij serveerde. De tranen liepen over onze wangen.

Mijn oma hield van lekker eten. En ik kan je vertellen: een frikadelbroodje hoorde daar niet bij.

Het verdrietige was wel dat het eten in het huis waar ze woonde, hier vaak ook niet bij hoorde. "Ik klaag niet hoor", zei ze dan. "Maar een beetje knoflook, peper of spannende kruiden zouden ze hier in huis best eens mogen gebruiken."

Ze ging er zelfs mede voor in het bestuur van het huis, maar dat zette -ondanks de goede intenties van de medewerkers- geen zoden aan de dijk. En dus verraste ik haar eens met een paar van mijn recepten: kip uit Liguria, mijn melanzane Parmigiana, en de Indiase Saag Kip. Met tassen vol tupperware en geurend naar knoflook reisde ik met de trein naar haar huis in Den Haag. Ze vond het geweldig!

Ik herhaalde dit in de loop der jaren nog een paar keer. En nu wilde ik natuurlijk dat ik het veel vaker voor haar had gedaan.

Mijn oma hield dus erg van lekker eten. Maar de belangrijkste maaltijd voor haar en ons was toch wel de borrel. Geen maaltijd werd gestart zonder eerst gezellig te borrelen (ik schreef hier al vaker over) met fijne kleine hapjes en een goed glas wijn.

Zelfs op haar sterfbed speelde de borrel een grote rol. "Oh, X en Y komen zo. Zet jij de borrel vast klaar?" Ze bleef tot het laatst de gastvrouw die iedereen wilde verzorgen, zelfs al was het pas tien uur 's ochtends.

Afgelopen zaterdag was haar crematie. Een familiebijeenkomst die ze van te voren tot in de puntjes had uitgedacht. Geen witte broodjes met kaas dus na de dienst. Maar bubbels, om op haar leven te toosten. En een uitgebreide lunch waar zij zelf ook van genoten zou hebben: gazpacho, ossenhaas of kabeljauw, crème brûlée, brownies & boterkoek.

Het broodje frikadel ontbrak.

Ze was gezellig, zorgzaam, lief en bijzonder, mijn oma. En ze had een enorm gevoel voor humor. Mocht het haar gegeven zijn, dan hoop ik dat ze arm in arm met mijn opa vanaf een mooi wolkje naar ons heeft gekeken zaterdag: met naast haar een uitgebreide borreltafel en in haar hand een goed glas wijn.

****************

Mijn oma maakte vroeger vaak avocado's gevuld met garnalen. Hierbij volgt een variatie op dat recept, omdat ik tegenwoordig helaas geen garnalen meer kan eten.

Avocado's gevuld met tonijn (4 personen, voorgerecht)


Wat heb je nodig?


  • 2 rijpe avocado's
  • 200 gram tonijn uit blik (op waterbasis)
  • 1 el. gehakte zongedroogde tomaat
  • 2 el. crème fraîche
  • 1 el. citroensap
  • 1 el. fijngehakte kappertjes
  • fijngehakt knoflookteentje
  • 1 el. fijngehakte rode ui
  • snuf zoete gerookte paprika (zie foto) naar smaak
  • ca. 12 fijngehakte zwarte olijfjes



Hoe maak je het klaar?


  1. Snijd de avocado's doormidden. Haal de pit er uit.
  2. Meng in een schaaltje alle andere ingrediënten door elkaar. Houd voor de garnering wat olijfjes en kappertjes achter de hand. 

  3. Proef of je het lekker vindt. Voeg eventueel wat zout toe. Het mengsel moet niet te romig zijn: dat doet de avocado straks al.
  4. Plaats een bol van de tonijnsalade in het gat van de avocado. Garneer met wat olijfjes, kappertjes en nog wat paprikapoeder. 









vrijdag 2 september 2016

Troostvoer. Risotto met pompoen en salie



Nadat Italië vorige week werd opgeschikt door een aardbeving, duurde het even voor het kwartje viel: Amatrice, Amatrice? Waar kende ik die naam toch van? 

Tot een vriendin mij een krantenbericht stuurde waaruit bleek dat in deze kleine gemeente een foodfestival gepland had gestaan. Een weekeind na de aardbeving zou er een festival plaatsvinden in het "dorpje dat bekend staat om zijn saus".

Het kwartje dat viel richtte aanzienlijk minder schade aan dan de aardbeving. All' Amatriciana. Zo heet de verrukkelijke pastasaus waar aan gerefereerd werd in het artikel. Ik schreef hier al eens eerder over nadat ik een groot stuk quanciale uit Italië mee naar huis had genomen. Een eenvoudig, maar heerlijk pastagerecht dat echt de moeite waard is om eens zelf te maken.

Ik vind het mooi om te horen dat deze pastasaus een rol gaat spelen in de wederopbouw van Amatrice en de omliggende dorpjes. Op initiatief van een bekende Italiaanse foodblogger gaan namelijk vele restaurants in Italië dit gerecht de komende tijd op de menukaart zetten: om geld op te halen voor alle getroffen Italianen in het rampgebied.

Maar net als bij het koken van de fameuze pastasaus, zal er de nodige tijd overheen gaan voordat het eindresultaat zichtbaar wordt. Niet alleen kost het veel tijd om de dorpjes te herbouwen, ook zal het veel moeite kosten om het geld op de plek van bestemming te krijgen zonder dat het tussentijds in de zakken van een malafide burgemeester of maffiose aannemer belandt. En in de tussentijd moeten de overlevenden ook nog een plek zien te vinden om hun verschrikkelijke trauma te verwerken. Met L'Aquila als treurig voorbeeld van het potentiële voorland.

We gaan het zien. Ik hoop in ieder geval dat er heel veel pasta all'Amatriciana wordt gegeten de komende tijd. Want als je niets doet, gebeurt er niets. Aan de betrokkenheid van de meeste Italianen zal het niet liggen: ruim 600 restaurants hebben zich inmiddels aangemeld. Laten we met zijn allen duimen dat er veel van de opbrengst op de plek van bestemming komt. 


***********************************

Omdat ik pasta all'Amatriciana al een keer op mijn blog heb beschreven, krijgen jullie vandaag een Italiaans comfort-food recept.

Risotto met pompoen en salie



Wat heb je nodig voor 4 personen (voorgerecht)?



  • 150 gram risottorijst
  • 75 gram Parmezaanse kaas
  • 20 blaadjes salie
  • 1 rode ui
  • 3 tenen knoflook
  • 400 gram pompoen (oranje variant)
  • 200 ml witte wijn
  • groentebouillon (warm)
  • klontje boter

Hoe maak je het klaar?

    1. Bak eerst 10 blaadjes salie krokant in een klein laagje olijfolie. De blaadjes mogen niet bruin kleuren. 

    2. Kook de grofgehakte pompoen (inclusief schil!) gaar in wat water. Giet af en pureer. Zet apart.

    3. Hak de overige salieblaadjes, de ui en de knoflook fijn. Bak dit zachtjes aan in wat olie. 
    4. Voeg de droge rijst toe. Bak de rijst ca. 1 minuut terwijl je deze omroert en mengt met het uitmengsel. De rijstkorrels worden glazig en zijn als het goed is allemaal bedekt met een klein laagje olijfolie. 

    5. Voeg de witte wijn toe. De rijst gaat dampen en sudderen. Roer de rijst rustig door. Zet het vuur zacht.
    6. Is de wijn verdampt? Voeg dan 1 of 2 soeplepels (van die grote opschep soeplepels) met warme bouillon toe. Roer dit. Je hebt te weinig vocht als je geen plasje bovenop de rijst ziet liggen. Je hebt teveel vocht als je de rijst niet meer ziet.
    7. Is de bouillon verdampt? Voeg dan weer 1 of 2 soeplepels toe. En roer opnieuw. Ga niet sjoemelen door het vuur lekker hoog te zetten. Dan krijg je namelijk risotto die van buiten zacht is en van binnen nog hard.
    8. Herhaal de vorige stap totdat de rijst nog een klein tikkie te hard is. Voeg de pompoen toe en laat nog even borrelen tot het vocht weg is. 

    9. Vind je de rijst goed van stevigheid (al dente: zacht van buiten en stevig van binnen)? Zet dan het vuur uit. Gooi het klontje boter en circa 50 gram Parmezaanse kaas in de pan en meng dit goed. Laat dit ca. 5 minuten zo staan. 
    10. De rijst is perfect als je met 1 beweging een bol rijst op het bord kunt plaatsen, die langzaam een beetje uitloopt.
    11. Serveer met nog de resterende Parmezaan en de gefrituurde salieblaadjes.